Nieuws

Met knikkende knieën op pad

Adri Maat heeft afgereden in een Opel Blitz (3500 kilo) en na het behalen van zijn rijbewijs trad hij in 1958 officieel in dienst bij zijn vader en bemande hij de derde vrachtauto. Dit jaar was het weer tijd om zijn rijbewijs te verlengen. Wij kunnen melden dat hij op 76 jarige leeftijd, na de procedure voor verlenging, als bonus ook nog eens zijn tractor rijbewijs bij de verlenging heeft gekregen! Dus mochten jullie hem nog met een transport of op een tractor tegen komen ….

Lees hier het artikel uit het jubileumboek 80 jaar MAAT hoe Adri met knikkende knieën op pad ging.

1962 – 1973

Met knikkende knieën op pad

Het lijkt alsof Arie Maat het had voorzien. Toen hij in de decembermaand van 1961 plotseling overleed, had zijn zoon – en opvolger – Adri alle diploma’s op zak die nodig waren om een transportbedrijf te runnen. ‘Het was een grote zorg minder. Ik kon mijn tijd helemaal aan de zaak besteden’, zegt Adri.

De grondlegger van het bedrijf had nooit enige druk op zijn kinderen uitgeoefend om ze in de zaak te krijgen. Zoons Nijs en Leen en dochter Klazien kozen een andere richting. Niemand maakte daar een probleem van.

Zo was Adri de enige die in de voetsporen van zijn vader trad. Na de mulo was hij naar een school voor nationaal transport gegaan, in Rotterdam, bij de Kruiskade. Daarna haalde hij via een avondcursus het diploma internationaal transport, en ging hij met succes op voor het middenstandsdiploma.
Gelukkig had Adri aan de zijde van zijn vader ook nog aardig wat praktijkervaring opgedaan. Dat kwam hem als jonge ondernemer, die vanwege de tragische omstandigheden in het diepe was gegooid, goed van pas.

IJverige ambtenaren
Wet- en regelgeving: De huidige transportsector weet er alles van, maar ook in de jaren zestig was de overheid ijverig bezig. Soms te ijverig, dan remde de ambtenarij de groei. Adri: ‘Op elke auto zat een vergunning en die moest precies kloppen met het laadvermogen. Als er een verschil van honderd kilo in zat, volgde een heel ritueel. Dan kon het tot een jaar duren voordat de vergunning rond was.’
Voor de Rijksverkeersinspectie moest je in die tijd als transportondernemer aantonen dat je kredietwaardig was voor uitbreiding van het wagenpark en dat je er klanten voor had.

‘Soms liet een vergunning een jaar op zich wachten’

Een jaar na het overlijden van Arie Maat viel Werkspoor weg als klant. Dat was een harde leerschool. Adri trok een conclusie die de rest van zijn loopbaan een belangrijke leidraad voor hem zou blijven: als ondernemer moet je risico spreiden. ‘Ik realiseerde me hoe gevaarlijk het was om afhankelijk te zijn van een klein aantal opdrachtgevers. Meer klanten, daar moest ik voor zorgen.’ Het was makkelijker gezegd dan gedaan. ‘Ik was een nogal verlegen mannetje, maar het moest; met knikkende knieën ging ik om werk vragen in die tijd. Anders zou het bedrijf omrollen.’ Nu kan Adri er hartelijk om lachen. Verlegen is hij niet meer. Een bescheiden mens, dat wel. Dat wordt door iedereen uit zijn omgeving beaamd.

Charters
Het was een zware tijd. Soms was er dagenlang geen werk en reden de chauffeurs van Maat naar de Rotterdamse havens. Het was een kwestie van wachten op een verzoek om een scheepslading te vervoeren, meestal van een zeeschip naar een binnenvaartschip.

Ook sloot het bedrijf zich aan bij de Rotterdamse Verenigde Transportbedrijven (RVT), een organisatie die transportbedrijven inschakelde als een andere transporteur de klus niet aankon.‘Zo kregen we soms nog wat werk. Later ging het vooral andersom, dan schakelde ons bedrijf via de RVT charters bij anderen in. Die club – er waren meer dan honderd transportbedrijven bij aangesloten – heeft jarenlang goed gefunctioneerd’, zegt Adri. Hij is er zelf nog vijftien jaar lang voorzitter van geweest.
Uiteindelijk werd de coöperatie opgeheven, omdat veel bedrijven zelf mensen in dienst gingen nemen die dit soort zaken regelden. ‘De RVT had nog circa 80.000 gulden in kas en die hebben we aan Blijdorp geschonken.’

Een van de bedrijven die Adri met knikkende knieën als potentiële klant had opgezocht was Wescon, in de Botlek. Toen hij een tijdje later bij Timmerfabriek De Noord stond te laden, zeiden ze daar dat zijn moeder had gebeld. Zij had een aanvraag voor een spoedtransport van Wescon ontvangen. Adri herinnert zich dat hij snel zijn vracht loste en als een speer naar de Botlek reed. Niet voor niets, want het bedrijf ontpopte zich als een hele grote klant. Bovendien kreeg Maat via Wescon ook veel werk voor de Gasunie.

De vrachtwagens moesten altijd rijklaar zijn om klanten tevreden te stellen. Adri: ‘De laadbakken schilderden we zelf, iedere week één. We besloten dat ’s nachts te doen. Op vrijdagavond begonnen we met z’n allen rond zeven uur, tot de volgende ochtend acht uur. Op maandag waren de auto’s weer inzetbaar.’

Moeder Maat is steun en toeverlaat
In zijn beginjaren werkte Adri vanuit het ouderlijk huis in de Zeevaartstraat. Daar nam zijn moeder de telefoon aan, die in de gang hing. Adri weet nog hoe hij er een kastje bij maakte, zodat zij makkelijker kon schrijven tijdens het bellen.
In die tijd kwamen klanten soms thuis langs om zaken te bespreken. En de chauffeurs dronken koffie in de keuken, of buiten in het zonnetje.

Logeren bij oma en ‘ome Adri’
Hij draagt dezelfde naam als zijn opa Arie, de grondlegger van het bedrijf: Arie Maat  is chef werkplaats van Maat Techniek. Zijn vader Nijs was er eigenlijk geen voorstander van dat hij in het familiebedrijf van ‘ome Adri’ ging werken. Maar dat doet hij inmiddels toch al ruim 27 jaar.

Neef Arie weet nog goed dat hij vanaf zijn vijfde jaar bij oma Maat ging logeren, in de Zeevaartstraat. ‘Er waren drie auto’s, die langs de stoeprand geparkeerd stonden, en de bakelieten telefoon in de gang nam ik weleens op. Ik mocht ook met de chauffeurs mee, vaak naar Werkspoor in Amsterdam. Een rit op en neer naar Amsterdam duurde een dag,’ zegt Arie Maat. Lachend: ‘Als een chauffeur ging rusten, moest ik hem wakker maken. Klokkijken kon ik nog niet. De chauffeur zei dan: Als de grote wijzer daar en daar staat, moet je me wakker maken.’

Foto; Arie Maat (Service Manager bij MAAT) en zijn zoon Joris die het liefst ook ieder vrij uurtje van school in de vrachtwagen zit.

Na het overlijden van haar man heeft Marie Maat-Van der Sar zo dertien jaar gewerkt en haar zoon op alle mogelijke manieren ondersteund. Ze wilde zelfs nog haar rijbewijs gaan halen, toen DAF een personenauto met automatische versnelling op de markt bracht. Dat is er niet van gekomen.
Zij was een ondernemende vrouw, met inzicht in de cijfers. Adri: ‘Ik weet nog dat iemand ons wilde charteren voor 35 gulden per dag, maar mijn moeder zei gedecideerd: ‘Dat bedrag is te laag, dat gebeurt niet.’ Ook als er een nieuwe auto moest worden aangeschaft, was zijn moeder een van degenen door wie Adri zich liet adviseren, voordat hij een beslissing nam.

De eerste jaren was Adri overdag chauffeur en ’s avonds boekhouder. Toen het bedrijf groter werd, nam hij het besluit om in principe op kantoor te blijven en alleen nog als invaller te rijden, als chauffeurs ziek waren, een snipperdag hadden, of op vakantie gingen.

Tijd voor ontspanning kwam er ook voor de jonge transportondernemer. Vanaf zijn 25e ging Adri stappen met vrienden. In een dancing in Waalwijk ontmoette hij Diny Verduijn, met wie hij in 1969 in het huwelijk trad. Na hun trouwen verhuisde het jonge stel naar een drive-in woning aan de Vondellaan. Daar was beneden een kantoortje van twee bij drie meter ingericht.

Rode oortjes
In 1971 plaatste Adri een personeelsadvertentie voor een medewerker voor de planning en de administratie, en deed Jo Buijs zijn intrede bij Maat. Hij zou er tot aan zijn pensioen in 1997 blijven, als planner en bedrijfsleider.
De eerste jaren werkte Buijs vanuit het kantoortje aan de Vondellaan. Hij weet nog precies hoe de drie telefoons die daar stonden soms allemaal tegelijk rinkelden. ‘Sommige opdrachtgevers vonden het normaal als we binnen een half uur voor een auto zorgden. Ik had regelmatig rode oortjes van het bellen.’ Lachend: ‘Als Adri er was, nam hij ook wel op, maar vaak zei hij dan: Oh, daar weet Jo alles van. Ogenblikje hoor.’ Jo Buijs weet nog hoe de drie telefoons soms allemaal tegelijk rinkelden. Met plezier denkt Jo Buijs terug aan die periode. ‘Arjan en Alexander kwamen als jochies regelmatig naar beneden en tussen de werkzaamheden door was er dan tijd voor een dolletje.’ De goede banden met de familie Maat kwamen in die jaren ook tot uitdrukking via logeerpartijtjes van Arjan en Alexander in huize Buijs.

Tijd om te verhuizen
Een – klein – transportbedrijf in een woonbuurt: klachten van de buren konden eigenlijk niet uitblijven. Zij hadden last van de vrachtauto’s die ’s avonds laat terugkwamen of ’s ochtends vroeg vertrokken. Adri: ‘Er werd zelfs een heus actiecomité opgericht om ons weg te krijgen. Het probleem was dat de gemeente geen terrein beschikbaar had voor kleine bedrijven. En omdat er in die tijd volop werkgelegenheid bij de grote scheepswerven in Alblasserdam was, ontbrak bij de gemeente de noodzaak om zich daarvoor in te zetten.’ Toen zich de mogelijkheid voordeed om van collega/concurrent Aad de Haan een stuk grond aan de Ampèrestraat te kopen, greep Adri die kans met beide handen aan.

– Hoofdstuk 3 – 80 jaar MAAT –